Of ik naar het ziekenhuis wil komen om een klein meisje te fotograferen, ze is al enige tijd geleden overleden in de buik en is nu geboren samen met haar levende zus. Er is ook een oudere zus in de kamer. Het overleden meisje ligt in het water en het andere meisje van de tweeling ligt op de NICU (Neonatale Intensive Care Unit).
De grote zus kijkt door de gaatjes van het bakje / doosje met water waarin haar zus ligt. De ouders geven aan dat het hartje niet meer klopt van dit zusje en van het andere zusje wel. Ook jouw hartje klopt, zeggen de ouders tegen haar. Het meisje is geïnteresseerd in en kijkt gebiologeerd door het gaatje in het bakje waarin haar zus in het water ligt. Ze tilt de deksel eraf. Ze kijkt en vraagt: Is die van vlees? Ja, zeggen de ouders. Oma (moeder van de moeder) zegt: Prachtig, dat dit kan. Vroeger mocht je je overleden kind niet eens zien.
Inderdaad. Daar heb ik ook verhalen van gehoord. De dood werd weggehouden bij de ouders die net vader en moeder waren geworden. Je mocht je eigen kind niet eens begraven. Gelukkig is dat nu heel anders.

Ik maak foto’s van de ouders met hun overleden dochter. De grote zus kijkt af en toe en meestal kleurt ze in een kleurboek. Ze wil er niet te dicht bij in de buurt komen. Het bakje is vooral interessant als de deksel er weer op zit. Ik kan haar niet verleiden haar hand bij de handen van de ouders en haar zusje te leggen.

Nadat het kleine meisje weer in het water is teruggelegd haalt de grote zus nog een paar keer de deksel eraf en zet ze de deksel weer terug erop. Ze kijkt door het gaatje en haalt de deksel er weer af. Ze vraagt weer: Is die van vlees? En is die hard? Echt prachtige vragen. Ze wil het weten en is ook zo weer weg, aan het kleuren of aan het kletsen met oma. Ze gaat er zo mooi en rustig mee om. Wat gaat er in zo’n klein koppie om?

Ik loop nog even naar de NICU om de andere dochter te zien. Ze ziet er kwetsbaar uit en is heel beweeglijk. Het gaat goed met deze kleine dame geven ze aan. Fijn.